Paarden soorten en types
- Eigenschappen
Een
paard is in een
hechte groep levend, grasetend dier van de weidse vlakten. Voor het
leven in
een kudde en op grote weidse vlakten is het belangrijk dat de paarden
bepaalde
eigenschappen (ook wel instincten genoemd) hebben.
Kuddedier
Het
paard is van oorsprong een sociaal dier dat zich het beste in een kudde
thuis voelt. Voor een paard is het alleen op stal staan daarom niet
natuurlijk.
Afleiding is daarom erg belangrijk voor elk paard, het liefst van
soortgenoten
of andere dieren. Zo zijn er een hoop andere dieren die rondom een
manege of
stal zijn, waaraan een paard zich kan hechten.
Vluchtdier
Van
nature is het paard geen roofdier. Voor grote vleesetende dieren is het
paard een prooi. De enige manier waarop een paard eraan kan ontkomen is
vluchten. Het paard is daarom voordurend op zijn hoede om op de vlucht
te
moeten slaan. Het paard kan dan ook een grote snelheid ontwikkelen. Het
paard
wacht bovendien niet alleen tot het zelf gevaar heeft opgemerkt, maar
het let
ook op tekens van soortgenoten.
Ruimtedier
Omdat
een paard in het wild zelf zijn voedsel moet zoeken en dat soms alleen
kan vinden door grote afstanden af te leggen, is het een ruimtedier dat
zich
prettig voelt als het zich vrij kan bewegen. Daarom is het dagelijks
veel
stilstaan op stal eigenlijk verkeerd en moet een paard zoveel mogelijk
beweging
krijgen.
Planteneter
Het paard heeft geen grote maag en eet in de
natuur meerdere keren vrij kleine
porties die bestaan uit planten.
Gewoontedier
Het
leven van paarden wordt bepaald door een soort inwendige klok. Er wordt
op
bepaalde tijden van de dag gerust en op bepaalde tijdstippen gegraasd.
Een
paard op stal moet op deze tijdstippen grazen en rusten. Om te zorgen
dat dit
gebeurt, wordt alles in de stal nagebootst en dat geldt vooral voor het
voedingspatroon. Het veranderen van de voedertijden leidt tot onrust en
verandering van menu kan koliek tot gevolg hebben.
Geheugen
Als
een paard wordt beloond en op het juiste moment gestraft zal het
verband
tussen deze twee ervaringen in zijn geheugen vastleggen. Hierdoor is
een paard
vanaf jongs af aan een hoop goede en slechte eigenschappen aan te leren.
Rangorde
In
kuddeverband heerst er een strenge rangorde onder paarden. Elk nieuw
dier zal
om zijn plaats moeten vechten. Een hengst zal altijd willen weten wie
de baas
is. De laagste in rang moet tijdens het voederen altijd wachten. Een
ruiter zal
met deze achtergrond altijd het paard moeten helpen om een hogere
rangorde te
krijgen.