Paardrijden - Wedstrijd
- Paard achterwaards trainen
Paard
achterwaards trainen
Het
achterwaarts gaan met een paard is een beweging
die elk paard van nature al onder de knie heeft. Paarden gaan echter
niet graag
achterwaarts voor anderen.
Een paard dat voor een ander achteruit wijkt, laat
namelijk zien dat hij lager in de rang staat. Het op verzoek
achterwaarts
stappen voor de mens is daardoor in feite een teken dat het paard de
trainer
als gelijke of leider geaccepteerd heeft. Het is echter niet alleen een
oefening die de dominantieverhoudingen bevestigt. Goed achterwaarts
gaan laat
het paard zijn achterhand diep onder het lichaam brengen en heeft zo
een
duidelijk gymnastische waarde
Achterwaarts
trainen
Het
achterwaarts kan aan de hand op verschillende manieren aangeleerd
worden,
waarbij de ene methode niet per definitie beter is dan de andere. Het
doel van
de oefening is dat je paard op een stemhulp of je lichaamshouding
meteen
achterwaarts stapt zonder dat er sprake is van verdere ondersteuning.
Pas dan
is de oefening afgerond en kun je verantwoord verder gaan met de echte
vrijheidsdressuur.
De methoden:
1.
Een
gangetje
Van
hindernisbalken of andere materialen bouw je een smalle doorgang die
aan drie
zijdes afgesloten is. Achterstevoren lopend in de eerste leidpositie ga
je hem
hierin voor en laat hem halthouden als hij geheel in de gang staat. Het
paard
kan niet voorwaarts of zijwaarts weg en zal op een gegeven moment zelf
beseffen
dat de enige weg uit de gang de weg terug is. Tijdens dit leerproces
blijf je
als trainer volkomen passief en probeert het achterwaarts niet op de
een of
andere manier uit te lokken. Het paard mag dus stil blijven staan tot
hij zelf
besluit om een pas achterwaarts te zetten. Dit initiatief wordt
rijkelijk
beloond en het paard zal al snel tot de conclusie komen dat
achterwaarts
stappen de bedoeling is. Omdat je direct tijdens de eerste pas
achterwaarts een
stap richting het paard zet en een stemhulp geeft (bijvoorbeeld
'terug') worden
dit al snel als hulpen voor het achterwaarts gezien. Het oefenen in de
gang kan
enkele malen herhaald worden tot het paard doorheeft dat hij
achterwaarts moet
stappen als je in zijn richting stapt en 'terug' zegt. Vervolgens wordt
deze
oefening enkele trainingssessies in de buurt van de gang geoefend als
geheugensteun voor het paard.
2. Op een aangenomen halstertouw
Het
paard
wordt in het begin naast een wand opgesteld om te voorkomen dat hij
scheef
uitwijkt. Aan de binnenkant kan een zweep langs - niet tegen - het
lichaam
gehouden worden om als optische hulp ook het uitwijken naar binnen te
voorkomen. Je staat in de tweede positie naar de achterhand van het
paard
gewend en geeft met lichte kneepjes in het halstertouw aan dat er een
achterwaartse beweging gevraagd wordt. Zodra deze ingezet wordt, wordt
de
stemhulp voor deze beweging gegeven en beloon je. De zweep wordt als
zijwaarts
toucherende hulp ingezet als het paard toch naar binnen uitwijkt. Een
paard dat
het aantikken van de achterhand nog niet als zijwaarts sturende hulp
kent,
reageert hier echter niet automatisch op.
3. Via druk tegen de borst
Veel
paarden
leren al jong dat het de bedoeling is dat ze wijken voor druk en er
niet tegen
in moeten gaan hangen. Een paard kan geleerd worden achterwaarts te
bewegen
door vanuit de tweede positie een hand op de borst van het paard te
leggen.
Hier oefen je zachtjes met je vingers een pulserende druk uit. Het
paard zal
een pas achterwaart proberen om de druk te vermijden. Belangrijk is bij
deze
methode dat je nooit in de verleiding raakt kracht achter de aanraking
te
zetten. Ook hier is het aanraken met de hand slechts een signaal, en
geen
dwangmiddel. Zou je druk uitoefenen, dan zou het paard terug gaan duwen
en zo
leren hoe hij zijn kracht in kan zetten tegen de mens.
4. Door een zwaaiend halstertouw
Paarden
hebben een hekel aan zwaaiende of vibrerende hulpen bij hun hoofd. Hier
kan
gebruik van worden gemaakt bij het achterwaarts sturen. Je bevindt je
in de
eerste positie op een duidelijke afstand vóór het
paard. Om hem achterwaarts te
laten stappen zwaai je het doorhangende halstertouw heen en weer waarop
hij uit
zal wijken naar achteren. Ook hier wordt de eerste pas direct beloond.
Als het
paard de oefening kent is het licht opheffen of laten slingeren terwijl
je op
het paard af stapt vaak al voldoende om het paard een serie passen
achterwaarts
te laten maken.
5. Via druk op de koot of kroonrand
Achterwaarts
gaan kan ook aangeleerd worden door
lichte druk uit te oefenen op de koot en kroonrand van het paard. Deze
methode
wordt wel gebruikt om rijpaarden het achterwaarts onder de man aan te
leren.
Hiervoor neem je de tweede positie in en duw je, terwijl je de stem- of
halsterhulp voor het achterwaarts geeft, met je voet tegen de koot of
kroonrand
van het dichtstbijzijnde voorbeen. Zodra hij dit been als reactie terug
neemt
volgt een beloning. Omdat je vanuit deze positie maar
één van de voorbenen kan
bereiken, wordt het meenemen van het andere been gestimuleerd door de
eindhulp
(met stem of teugels) opnieuw te geven in de veronderstelling dat het
paard de
achterwaartse beweging doorzet. Daar wordt dan natuurlijk ook meteen
voor
beloond.
Voor
al deze methodes geldt dat, zodra het paard door heeft wat er van hem
verlangd wordt, je een stemhulp inzet zodra het paard achterwaarts
beweegt. Op
die manier gaat het paard de stemhulp associëren met de
gevraagde beweging.