Paardrijden

Paardensport

Soorten

Geschiedenis

Uiterlijk

Producten

Onderhoud

Aanschaf

Stalling

Vakantie

Transport

Kado tip

Downloads



Google





 

Klassiek

Western

Wedstrijden

Lessen

Oefenen

Longeren

Gangen

Zadelmak

Paardrijden - Wedstrijd - Paarden leid oefeningen

 
Paarden leid oefeningen

Leidoefeningen: het ontwikkelen van een samenspel tussen mens en paard op de grond waarbij de communicatie via subtiele signalen verloopt tussen twee oplettende partners.

De meeste natural horsemanship methodes gaan er van uit dat een harmonieuze samenwerking op de grond het gevolg is van een goed verankerde dominantieverhouding tussen mens en paard.

De nadruk bij leidoefeningen ligt op het educatieve aspect:

Hoe leer ik mijn paard netjes aan het halster mee te lopen en naar fijne signalen die informatie bevatten over tempo en richting te luisteren. Een vrijheidsdressuurpaard moet vanuit alle leidposities te leiden en te beheersen zijn om de trainer zo de benodigde flexibiliteit te geven bij het aanleren van oefeningen en om ongelukken te voorkomen.

De leidposities

Het paard kan vanuit ontelbare posities door de mens geleid worden en waarschijnlijk hebben al die posities voor het paard een andere betekenis. In praktijk kan het werken met drie hoofdposities echter al een grote duidelijkheid scheppen tussen beide partijen. Omdat ze duidelijkheid scheppen over de richting en de snelheid van de beweging kunnen ze helpen bij het aanleren van fijnzinnige halstertaal aan het paard.

1. Vóór het paard

Je kunt op twee manieren vóór het paard lopen. In de eerste plaats achterstevoren, met het lichaam naar het paard gewend lopen, zodat je al zijn acties kunt volgen. Ten tweede kun je gewoon voor het hem uit lopen, met je rug naar het paard gewend. Hierbij zorg je er voor dat je enkele meters schuin voor het paard loopt en je de leidende hand met het halstertouw midvoor het paardenhoofd houdt. Vanuit deze positie kun je zijn reacties gemakkelijk in de gaten houden door je hoofd te draaien. Bovendien kun je jezelf op deze manier zonder al te veel omhaal van linksvoor naar rechtsvoor verplaatsen. Dit moet eigenlijk regelmatig gebeuren om te voorkomen dat het paard zich continu naar één kant wendt.

2. Naast het hoofd

In deze positie loop je op een halve tot één meter naast het paardenhoofd. Je kunt daarbij net voor, naast of net achter het oog van het paard lopen. Zeker in deze positie is het belangrijk om regelmatig naar de andere kant van het paard te gaan om scheefheid bij het paard en jezelf tegen te gaan. Omdat je naast het hoofd loopt is het paard goed in de gaten te houden. Het draaien van bochten naar binnen wordt vergemakkelijkt, het bochten naar buiten draaien zonder deze positie te verliezen vereist echter enige handigheid omdat het paard dan de binnenbocht heeft. Het is dan verleidelijk om het paard een beetje in de goede richting te duwen. Dat zal echter weinig effect hebben omdat paarden op druk reageren met tegendruk. 

3. Naast de schouder

Het aan de linkerkant naast de schouder van het paard meelopen is de klassieke positie waarin het paard aan het halster of hoofdstel wordt meegevoerd. Vanuit deze positie heeft de trainer aanvankelijk echter weinig te zeggen: doordat het hoofd vrij naar voren en opzij kan bewegen zonder daar een menselijk obstakel tegen te komen, raken veel paarden in de verleiding om dan zelf de route en het tempo te bepalen. Dit, gecombineerd met een trainer die het liefst het veilige gevoel van een strak gespannen halstertouw heeft, kan erg vervelend worden als jij, als toevallige omstander, gevraagd wordt eens zo'n paard vast te houden en plotseling alle hoeken van het erf voorbij ziet komen.

Het trainen van leioefeningen

Het paard kan ongehinderd zijn hals naar voren strekken, maar hij moet eerst een paar meter naar voren afleggen voor hij zijn trainer ook mee kan sleuren. En dat zal hij in den beginne dan ook gemotiveerd proberen. Op het moment dat je voelt dat het paard in de eerste positie te dicht in de buurt komt, sla je meteen een andere richting in die bij voorkeur haaks op de voorgaande richting staat.

Door deze richtingsverandering krijgt het paard via het halstertouw een duidelijk optisch signaal over de nieuwe route. Bovendien werkt het halstertouw nu haaks in op de halswervels en zorgt, bij het opnemen ervan, voor een zijdelingse buiging waardoor het paard minder goed zijn gewicht tegen het touw kan inzetten. Als hij op deze signalen reageert door ook van richting te veranderen, komt hij automatisch weer achter je terecht zodat het doel is bereikt. Het van richting veranderen was een correctie van ongewenst gedrag (het inhalen) en moet daarom gevolgd worden door een beloning voor het goede gedrag (het volgen en weer afstand innemen).

Daarom zeg je een duidelijk 'ho' terwijl je rustig op het paard af stapt. Ook als het paard nog niet meteen halt houdt is het belangrijk om direct op hem af te lopen om zo een duidelijk stoppende hulp te zijn. Vervolgens beloon je hem met het beloningssignaal en een beetje voedsel..


Google

Copyright 2008. Alle rechten voorbehouden. Gebruiksrechtovereenkomst.
Webdesign door Daan van Hasselt