Paardensport - Polo
Polo
is één van de
oudste ruiterspelen. Men zegt dat polo 2000 jaar geleden in
Perzië ontstond.
Polo werd naar Europa gebracht door Engelse kolonisten uit India, waar
polo al
eeuwen gespeeld werd op kleine pony's. Oorspronkelijk bestond een
poloteam
uit
negen polospelers. Later werd dat aantal verminderd tot zeven en nog
later,
toen de
pony's groter en sneller werden tot vier polospelers.
Geschiedenis
In
1886 werden voor het eerst internationale polo wedstrijden gehouden.
Britse en
Amerikaanse polo ploegen kwamen jaarlijks tegen elkaar uit in de
Westchester
Cup. Ook polo ploegen uit Australië deden internationaal mee,
maar de VS hadden
over het algemeen de beste polospelers totdat zij overtroffen werden
door de
Argentijnen. Tussen de 1e en 2e wereldoorlog werd er in Engeland veel
aan polo
gedaan. Er kwamen twee nieuwe poloclubs die polowedstrijden
organiseerden en polospeelvelden
aanlegden.
De
pony's
Oorspronkelijk
werd polo gespeeld op kleine pony's. In India werd in 1876 de
maximumhoogte
vastgesteld op 1.35 m. In Engeland werd deze hoogte vastgesteld op 1.40
m. In
1896 werd de maximumhoogte iets hoger gesteld, nl. 1.45 m. Na 1919 was
er geen
maximumhoogte meer waar de spelers zich aan moesten houden.
Tegenwoordig houdt
de British National Pony Society zich bezig met de fokkerij en
registratie van
polopony's van elk ras en elk type. Dit begon indertijd met als doel
het
aanmoedigen van het fokken van polopony's.
De
training
Bij
de polo training worden eerst alle slagen geoefend op een houten
polopaard, een
dummy. De slagen worden pas op echte polopaarden geoefend als de
polospelers ze
heel vaak geoefend hebben op het houten polo paard en goed kunnen
uitvoeren.
Spelregels
De
spelregels van polo zijn vrij ingewikkeld. Alle vier de polospelers
hebben
aparte regels. Nummer 3 moet het initiatief nemen bij aanvallen, de
nummers 1
en 2 moeten deze aanvallen helpen door te zetten. De nummer 4 staat
ergens
halverwege het veld, en moet nummer 3 zo nodig helpen bij de aanval.
Het polospel
wordt gespeeld in spelgedeelten, chukkas, van 7,5 minuut. Er zijn
meestal
tussen de 4 en de 6 chukkas, maar het kunnen er ook 7 of 8 zijn. Tussen
twee
chukkas is een rust van 3 minuten en halverwege, half-time, is een
pauze van 5
minuten.
Na
elk doelpunt wordt gewisseld
van
speelrichting. Er wordt meestal op handicapbasis gespeeld, dwz. dat de
spelers
in doelpuntwaarde worden geschat van -2 tot 10 punten. Bij zulke
wedstrijden,
tournaments, worden de doelpuntwaarden van alle spelers bij elkaar
opgeteld per
team, en vervolgens wordt het aantal goals van het minst gehandicapte
team
afgetrokken van het team met meer goals. Het eerste team gaat dan met
dat
aantal goals voorsprong de wedstrijd in.