Paardensport - Olympische Spelen
De
Olympische Spelen
is een
sportmanifestatie die om de vier jaar gehouden wordt. De paardensport
is ook
vertegenwoordigd op de Olympische Spelen, tijdens de Zomerspelen. Er
worden
drie disciplines verreden: dressuur, springen en eventing.
Dressuur
De
teamcompetitie wordt in 2008 in Peking gereden door door drie ruiters
voor elk
land. Alleen de Grand Prix proef telt voor de teamcompetitie. De score
van de
ruiters wordt bij elkaar opgeteld en door drie gedeeld, het team met
het
hoogste gemiddelde percentage wint.
De
Grand Prix proef uit de teamcompetitie geldt als kwalificatie voor de
individuele wedstrijden: de beste 25 ruiters mogen door. In de
individuele
competitie wordt eerst de Grand Prix Special verreden, de beste 15
ruiters
mogen door naar de Grand Prix kür op muziek. De ruiter met het
hoogste
gemiddelde uit deze twee proeven wint het goud.
Springen
Het
springen bestaat (als er geen gelijke stand ontstaat) uit vijf manches.
De
eerste wedstrijddag wordt een parcours gesprongen wat telt als
kwalificatie
voor de individuele competitie en waaruit de startvolgorde voor de
eerste
manche wordt bepaald. Het hoogst gekwalificeerde team, start als
laatste. Deze
wedstrijd telt niet mee voor de uitslag van de landencompetitie. Alle
ruiters
beginnen in de eerste manche van de landenwedstrijd op nul en springen
een
parcours. In de tweede manche van de landenwedstrijd springen alleen de
beste 8
teams en de beste 18 individuele ruiters (uit de eerste landenwedstrijd
en het
kwalificatie-parcours): in totaal 50 ruiters. Het team waarvan de drie
beste
ruiters het minst aantal strafpunten bij elkaar hebben gesprongen in de
twee
wint het goud. Als er een gelijkspel ontstaat tussen twee teams, wordt
er een
barrage op tijd gesprongen.
De
35 best geplaatste ruiters uit de eerste drie parcours (een eventuele
barrage
telt niet mee) met een maximum van drie ruiters per land mogen door
naar de
individuele competitie: elke ruiter begint weer op nul strafpunten. De
20 best
geplaatste ruiters springen nog een laatste parcours. Het goud gaat
naar de
ruiter die in deze laatste twee parcours de minste strafpunten heeft
behaald.
Als ruiters gelijk eindigen kan weer een barrage worden gesprongen.
Eventing
De
teamcompetitie van de Eventing bestaat uit drie onderdelen: een
dressuurproef
op Z2-niveau, een cross country parcours met vaste hindernissen en een
gewoon
springparcours dat rond de 1.20 staat, vergelijkbaar met M-niveau. De
score van
de dressuurproef wordt omgezet in een aantal strafpunten. Hier worden
de
strafpunten van de cross bij opgeteld ( 20 strafpunten voor een
weigering, 40
punten voor een tweede weigering op dezelfde hindernis en 0.4 strafpunt
per
seconde tijdoverschrijding), evenals de strafpunten voor het
springparcours (3
voor een weigering, 4 voor een balk, 1 strafpunt per seconde
tijdoverschrijding). Van de 5 ruiters die een team mag hebben tellen
alleen de
drie ruiters met de minste strafpunten, het team met de minste
strafpunten wint
goud.
bron:
www.bokt.nl