Paardensport - Dressuur
Dressuur
geschiedenis
De
dressuur is een van de
belangrijkste onderdelen van de paardensport. De principes waren al
bekend bij
de oude Grieken, maar de geschiedenis van de moderne dressuur begint in
de
Renaissance.
In
1532 werd
door Frederico Grisone een academie opgericht waar paarden werden
afgericht om
spectaculaire en ingewikkelde bewegingen uit te voeren. Deze sport vond
veel
aanhang bij de adel.
In de loop der eeuwen ontwikkelde deze soort circusvoorstelling zich
tot de
dressuur zoals we die nu kennen. Tijdens de Olympische Spelen van 1912
werd
voor het eerst een dressuurproef verreden.
Doel
van de
dressuur
Het
doel van de dressuur is de "harmonische ontwikkeling van het organisme
en van de natuurlijke eigenschappen van het paard". Hiermee wordt
bedoeld
dat de bewegingen van het paard worden verbeterd. Het paard wekt verder
de
indruk alles wat hem gevraagd wordt uit vrije wil te doen, met
vertrouwen en
oplettendheid geeft het zich edelmoedig over aan zijn ruiter. Dit
betekent
ongeveer dat het paard moet doen wat hem opgedragen wordt en er ook nog
uit
moet zien alsof ie het uit vrije wil doet.
Dressuurproeven
Er
zijn verschillende klassen dressuurproeven. Men begint in klasse B
(beginnend). In deze proef moet men stappen, draven en galopperen.
Figuren zijn
o.a. van hand veranderen (bijv. met op de diagonaal een overgang naar
de
arbeidsstap en dan weer arbeidsdraf of met enkele passen middendraf of
met hals
laten strekken), grote voltes (in draf en galop, in sommige proefjes
ook een volte
waarbij je het paard de hals moet laten strekken), gebroken lijnen, de
A-C
lijn, soms bij de E of B afwenden (en halthouden).
De volgende klasse is de L1 (L staat voor licht). Hierbij moet men
ongeveer
dezelfde dingen doen als bij de B, maar dan krijgt men ook dingen als
wijken
voor het been, een slangenvolte met 3 bogen, een rechtsomkeert of
linksomkeert
en middenstap en -galop. Ook moet je nu precies op de X halthouden ipv.
tussen
X en G.
In de L2 proef moet men meer doorzitten, achterwaarts, voltes 10 en 15
meter,
overgangen precies bij een letter. Daarna heeft men de M1 proef.
Hierbij wordt
alles wat preciezer: 4 seconden stilstaan, 4 passen achterwaarts etc.
Nieuwe
oefeningen zijn schouderbinnenwaarts, wendingen om de achterhand,
uitgestrekte
stap en contragalop. Ook moet je het hele proefje doorzitten.
In de M2 proef komen de verzamelde gangen, de uitgestrekte gangen, door
een S
van hand veranderen, travers en de keertwending om de achterhand erbij.
De Z1 proef wordt verreden in de 20x60 baan. Alle figuren en overgangen
enzo
moeten best wel precies. Nieuwe oefeningen zijn appuyeren en de
eenvoudige
galopwisseling.
De Z2 proef is ook in de 20x60 baan. Nieuw is dat je in verzamelde
galop binnen
moet komen. Verder is er niet veel nieuws, behalve dan dat de voltes
kleiner
worden (8 meter) en dat er een vliegende galopwissel inzit.